REGULATIONS (STATUTEN)

in dutch

JL/99116805

NAAM EN ZETEL

Artikel 1

  1. De Stichting draagt de naam: Stichting Monuments of the Dutch West India Company (MOWIC Foundation).

  2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Amsterdam.

DOEL EN WERKWIJZE

Artikel 2

De stichting heeft ten doel het wetenschappelijk onderzoek naar en het behoud van monumenten en cultureel erfgoed van de Westindische Compagnie (1621-1791) (hierna te noemen WIC) te bevorderen. Uitgangspunt hierbij vormt het gebied van “Nieuw Holland” (1624-1654) in Brazilië. Dit betreft zowel objecten met een militaire, als met een handels- of civiele achtergrond. Zij tracht zodoende bij te dragen tot een beter besef van de invloed die de WIC op de geschiedenis van het Atlantische gebied (Europa, Noord- en Zuidamerika en Afrika) heeft gehad.

 

Artikel 3

  1. De stichting tracht het in artikel 2 omschreven doel te bereiken door initiatieven op dit gebied te nemen en aktiviteiten te ontplooien, alsmede om samen te werken met organisaties en instellingen die gelijksoortige doeleinden nastreven.

  2. Deze initiatieven en aktiviteiten kunnen onder meer omvatten:

    1. Het bijeenbrengen van documentatiemateriaal over, alsmede het (doen) verrichten van studiën met betrekking tot de betreffende monumenten en periode (1621-1791);

    2. Het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek (historisch/archeologisch en dergelijke) in het betreffende gebied zodat een bijdrage kan worden geleverd aan beter inzicht en/of behoud van deze monumenten;

    3. Het geven van voorlichting, onder andere door het uitbrengen van publicaties, het organiseren van lezingen, congressen, rondleidingen, en dergelijke;

    4. Het bijeenbrengen van gelden;

    5. Het, gevraagd of ongevraagd, geven van adviezen aan instellingen of personen die historische WIC monumenten beheren of bezitten, met betrekking tot hun wettelijke bescherming, beheer, gebruik en instandhouding;

    6. Objecten of gedeelten daarvan, als bedoeld in artikel 2, indien zulks nodig mocht blijken, in eigendom, erfpacht of huur, dan wel in gebruik of medegebruik te verkrijgen, hun onderhoud te verzekeren en de bezichtiging respectievelijk het gebruik voor openbare doeleinden te regelen en daarop toezicht te houden;

    7. Het aanwenden van andere wettige middelen die tot het bereiken van de beoogde doelstellingen kunnen bijdragen.

Artikel 4

De stichting zal handelen in overleg en streven naar samenwerking met de rijksoverheid, de besturen van provincies, gewesten, gemeenten en waterschappen alsmede met andere instanties en personen, welker belangen bij het beleid van de stichting betrokken zijn.


MIDDELEN

Artikel 5

  1. De middelen van de stichting bestaan uit:

  2. het eigen vermogen en de opbrengst daarvan;

  3. bijdragen van organisaties en van natuurlijke personen;

  4. giften, schenkingen, erfstellingen en legaten;

  5. subsidies;

  6. alle andere baten.

 

ALGEMEEN BESTUUR

Artikel 6

  1. De stichting wordt bestuurd door een algemeen bestuur, dat bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijftien leden.

  2. Het algemeen bestuur, waarvan de leden worden benoemd door het algemeen bestuur, bestaat uit de leden van het dagelijks bestuur en de voorzitters van de vaste commissies als bedoeld in artikel 14.

  3. De leden van het algemeen bestuur worden benoemd voor een periode van vijf jaar. Zij treden af volgens een door het algemeen bestuur op te maken rooster; een volgens het rooster aftredend bestuurslid is onmiddelijk herbenoembaar. De in de tussentijd benoemde neemt de plaats in van degene die hij ver-vangt.

  4. Mochten in het algemeen bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen drie overblijvende bestuursleden een wettig bestuur. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.

  5. Het algemeen bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een vice-voorzitter, een penningmeester en een secretaris. Een lid van het algemeen bestuur kan maximaal twee functies tegelijkertijd vervullen.

 

DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 7

  1. Het dagelijks bestuur wordt benoemd door het algemeen bestuur uit de leden van het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur bestaat uit ten minste twee en ten hoogste negen leden, onder wie de voorzitter, vice-voorzitter, secretaris en penningmeester van het algemeen bestuur.

  2. Het dagelijks bestuur is belast met de behandeling van de dagelijkse zaken. Het behoeft een machtiging van het algemeen bestuur voor:

    - Het aangaan van geldleningen;

    - Het aanvaarden van legaten en schenkingen waaraan lasten of voor waarden zijn verbonden;

    - Het aanvaarden van erfstellingen anders dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving;

    - Het treffen van dadingen, het voeren van rechtsgedingen en het berusten in rechterlijke uitspraken of het voeren van verweer tegen een ingestelde eis;

    - Het aangaan van overeenkomsten tot huur en verhuur, al dan niet in gedeelten, van de door de stichting in eigendom, erfpacht, (vrucht)gebruik, huur of medegebruik verkregen registergoederen.

DONATEURS EN BEGUNSTIGERS

Artikel 8

Instemmende met het doel van de stichting kunnen rechtspersonen als donateur en natuurlijke personen als begunstiger tot de stichting toetreden. De bijdragen van donateurs en begunstigers worden bij het huishoudelijk reglement vastgesteld.

 

BESTUURSVERGADERINGEN EN BESTUURSBESLUITEN

Artikel 9

  1. Het in de volgende leden bepaalde is zowel op het algemeen bestuur als op het dagelijks bestuur van toepassing, tenzij anders aangegeven.

  2. De vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur vinden plaats zo vaak als de voorzitter dit wenselijk acht of als twee leden van het algemeen bestuur onder nauwkeurige schriftelijke opgave van de te verhandelen punten het verzoek tot een vergadering aan de voorzitter richten, doch ten minste vier keer per jaar. De vergaderingen van het dagelijks bestuur vinden plaats zo vaak de voorzitter dit wenselijk acht of als twee leden van het dagelijks bestuur onder nauwkeurige schriftelijke opgave van de te verhandelen punten het verzoek tot een vergadering aan de voorzitter richten.

    Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden indien twee leden van de raad van advies daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te verhandelen punten het verzoek aan de voorzitter van het algemeen bestuur richten.

  3. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft, in dier voege dat de vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, zijn de verzoekers bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtnemening van de vereiste formaliteiten. Toegang tot de vergaderingen van het bestuur hebben de bestuursleden en degenen die daartoe door het bestuur zijn uitgenodigd. Tot de vergaderingen van het bestuur die zijn bijeengeroepen door een lid van de raad van advies, hebben tevens toegang de leden van de raad van advies.

  4. De oproeping van de vergadering geschiedt, behoudens het in lid 3 bepaalde, schriftelijk door de voorzitter tenminste vijf dagen tevoren, de dag der oproeping en die der vergadering niet meegerekend.

  5. De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.

  6. Zolang in de bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en het houden van vergaderingen niet in acht genomen.

  7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het algemeen bestuur en bij diens afwezigheid door de vice-voorzitter. Indien deze ook afwezig is wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan.

  8. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één der andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd.

  9. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen, indien de meerderheid zijner in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig is.

  10. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld, schriftelijk, telegrafisch, per telex, internet of per telefax hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt dat na medeondertekeing door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.

  11. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voorzover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen.

  12. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht, of één der stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende geloten briefjes.

  13. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.

  14. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet in de statuten voorzien, beslist de voorzitter.

BESTUURSBEVOEGDHEID EN VERTEGENWOORDIGING

Artikel 10

  1. Het algemeen bestuur is belast met het besturen van de stichting.

  2. Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt en tot vertegenwoordiging van de stichting terzake van deze handelingen.

Artikel 11

  1. De stichting wordt vertegenwoordigd door het algemeen bestuur.

  2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamelijk handelende leden van het dagelijks bestuur, onder wie de voorzitter of de secretaris.

  3. Het algemeen bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

EINDE VAN HET BESTUURSLIDMAATSCHAP

Artikel 12

Een bestuurslid defungeert:

door zijn overlijden, het eindigen van een periode waarvoor hij is benoemd, bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen, bij schriftelijk ontslagneming (bedanken), door de aanvaarding van een benoeming tot lid van de raad van advies, bij ontslag op grond van artikel 298 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, bij aftreden als voorzitter van een vaste commissie als bedoeld in artikel 14  en bij ontslag hem verleend door de overige bestuursleden bij besluit genomen met algemene stemmen.


RAAD VAN ADVIES

Artikel 13

Door het algemeen bestuur wordt een raad van advies ingesteld. Deze raad van advies dient het algemeen bestuur gevraagd of ongevraagd van advies.

De leden van de raad van advies worden door het algemeen bestuur benoemd voor een door het algemeen bestuur vast te stellen periode.

De raad van advies vergadert tenminste één keer per jaar, onder meer om kennis te nemen van een toelichting op de jaarstukken. De leden van het algemeen bestuur worden uitgenodigd voor de vergadering waarin de jaarstukken aan de orde komen.

De vergaderingen van de raad van advies worden voorgezeten door de voorzitter van het algemeen bestuur.

De leden van de raad van advies zijn herbenoembaar.

De leden van de raad van advies kunnen geen lid zijn van het algemeen bestuur.


COMMISIES

Artikel 14

Zowel het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur kunnen voor bepaalde doeleinden vaste commissies en commissies ad hoc instellen. De taak alsmede bevoegdheden van zodanige commissies worden vastgesteld door het bestuur dat hen heeft ingesteld.

De voorzitter van de vaste commissie is lid van het algemeen bestuur.


BOEKJAAR EN JAARSTUKKEN

Artikel 15

  1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar

  2. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit worden door de penningmeester een balans en een staat van baten en lasten over het geëindigde boekjaar opgemaakt alsmede een begroting van de baten en lasten van het lopende boekjaar. De penningmeester biedt deze stukken jaarlijks, vergezeld van een rapport van een deskundige, voor één mei volgend op het afgesloten boekjaar aan het algemeen bestuur aan.

    De jaarstukken worden door het algemeen bestuur vastgesteld.


REGLEMENTEN

Artikel 16

Het algemeen bestuur stelt het huishoudelijk reglement en, naar behoefte, andere reglementen vast. De reglementen mogen geen bepalingen bevatten die strijdig zijn met deze statuten.


STATUTENWIJZIGING EN ONTBINDING

Artikel 17

  1. Wijziging van de statuten kan alleen geschieden bij besluit van het algemeen bestuur, mits genomen op een opzettelijk daartoe, vier weken van tevoren uitgeschreven vergadering waarin ten minste het drie/vierde gedeelte van het totaal aantal leden van het algemeen bestuur aanwezig moet zijn. Is dit aantal niet aanwezig dan is de vergadering niet bevoegd een besluit te nemen, doch moet binnen zes weken na de voren bedoelde een tweede vergadering van het algemeen bestuur worden uitgeschreven, eveneens met een oproepingstermijn van vier weken. Deze vergadering is ongeacht het aantal aanwezige leden bevoegd een besluit te nemen. Steeds echter vereist een wijziging van de statuten een meerderheid van tenmisnte drie/vierde van het aantal in de vergadering aanwezige stemhebbende leden.

  2. Een besluit tot statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van die akte is ieder lid van het algemeen bestuur bevoegd.

Artikel 18

  1. Tot ontbinding van de stichting kan op gelijke wijze worden besloten als in artikel 17 omschreven. Mocht de stichting worden ontbonden dan zullen haar bezittingen worden aangeboden aan de Staat der Nederlanden met de verplichting de objecten die in het bezit van de stichting zijn ongeschonden te bewaren. Weigert de rijksoverheid onder deze voorwaarde de bezittingen van de stichting te aanvaarden dan worden zij onder gelijke verplichting, aangeboden hetzij aan één of meer provincies of gemeenten, hetzij aan een instelling, vereninging of ander rechtspersoon, één en ander te bepalen bij besluit van het algemeen bestuur.

  2. Na de ontbinding geschiedt de vereffening door de bestuurders.

  3. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.

Slotbepaling

Artikel 19

Het eerste boekjaar van de stichting eindigt op éénendertig december tweeduizendéén.

 

 

 

 

Copyright 2007-08. All Rights Reserved  

Powered by Chimpico